
Kennis
De taalambassadeur
Sociaal domein
Ervaringsdeskundigheid in het Sociaal Domein.
Mensbeelden zijn aannames over hoe mensen zijn of hoe ze zouden moeten zijn. Deze beelden spelen een grote rol in wetgeving en beleid, omdat beleid wordt gemaakt door en voor mensen. Beleidsmakers gaan er vaak vanuit dat burgers zich op een bepaalde manier gedragen, waardoor beleid impliciet op bepaalde mensbeelden wordt gebaseerd. Soms zijn deze mensbeelden expliciet, maar vaak zijn ze impliciet1.
Mensbeelden beïnvloeden hoe beleidsmakers denken over groepen mensen: hoe zij zich gedragen, welke keuzes zij maken en welke beleidsinstrumenten nodig zijn om hen te ondersteunen of bij te sturen.
Mensbeelden zijn als een bril waardoor je de werkelijkheid bekijkt. Ze zijn vaak zo vanzelfsprekend dat je je er niet van bewust bent. Dit kan problematisch zijn wanneer mensbeelden leiden tot waardeoordelen over de 'goede' en 'slechte' burger. Beleidsmakers en uitvoerders kunnen hierdoor onbedoeld beleid ontwikkelen dat groepen burgers stigmatiseert of uitsluit.
Beleidsmakers delen mensen, vaak onbewust, in op basis van twee kenmerken:
Deze twee dimensies leiden grofweg tot vier mensbeelden:
De manier waarop bepaalde groepen worden gezien, bepaalt welke maatregelen en ondersteuning zij ontvangen. Zo krijgen positief gewaardeerde groepen eerder stimulerend beleid, zoals subsidies, extra ondersteuning of het wegnemen van belemmeringen. Negatief gepercipieerde groepen worden vaker geconfronteerd met beperkende maatregelen, sancties of streng toezicht.
De gebruikte taal speelt hierbij een cruciale rol. Begrippen zoals ‘fraudeurs’, ‘kwetsbaren’ of ‘zelfredzamen’ sturen niet alleen het beleid, maar beïnvloeden ook hoe burgers zich erkend of juist gestigmatiseerd voelen. Door deze mechanismen expliciet te maken, kunnen beleidsmakers bewuster omgaan met de impact van mensbeelden en een rechtvaardiger beleid ontwikkelen.
Voorbeelden van mensbeelden in beleid
"We hebben enthousiaste startups, sterke mkb-ondernemers en betrokken zzp’ers nodig voor een bloeiende economie."
- De ideale mens
"We pakken niet-integere zorgbestuurders en zorgondernemers aan."
- De berekende mens
"Mensen met een beperking hebben een ongekend potentieel en verdienen ondersteuning."
- De kwetsbare mens
"Door preventie en jeugdwerk voorkomen we dat jongeren in de criminaliteit belanden."
- De afzijdige mens
Als het gehanteerde mensbeeld niet overeenkomt met de werkelijkheid, werkt beleid averechts. Een voorbeeld: binnen de sociale zekerheid geldt een inlichtingenplicht. Burgers moeten hun inkomsten volledig en correct opgeven. Dit beleid gaat uit van de berekende mens, die zijn financiële situatie eenvoudig kan overzien en zich bewust is van alle verplichtingen. In de praktijk hebben veel burgers echter te maken met complexe toeslagen en wisselende inkomsten, waardoor fouten snel gemaakt zijn. Hierdoor raken kwetsbare burgers onbedoeld in de problemen.
De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) stelt dat burgers zich buitengesloten voelen als het beleid is gebaseerd op een norm die niet bij hen past. Dit ondermijnt het vertrouwen in de overheid en maakt voorzieningen minder toegankelijk.
Onderzoek van De Argumentenfabriek2 laat zien dat verschillende wetten in het sociaal domein uitgaan van uiteenlopende mensbeelden. Dit heeft grote gevolgen voor de manier waarop beleid wordt vormgegeven en uitgevoerd.
De Participatiewet is gebaseerd op het idee van de berekende mens, die rationele keuzes maakt en handelt vanuit eigenbelang. Dit mensbeeld leidt tot een sterke nadruk op handhaving en fraudepreventie, in plaats van ondersteuning. In de praktijk blijkt echter dat een groot deel van de mensen die recht hebben op een uitkering hier geen gebruik van maakt. Vooral jongeren, zelfstandigen en Europese migranten blijven weg bij de voorzieningen die voor hen bedoeld zijn3. Dit komt vaak door onwetendheid, een gebrek aan doenvermogen4, angst voor afhankelijkheid of de vrees om terug te moeten betalen bij wisselende inkomsten.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) daarentegen vertrekt vanuit het mensbeeld van ‘de kwetsbare burger’ die ondersteuning nodig heeft. Dit betekent dat de wet is gericht op hulp en zorg, zonder dat de overheid mensen dwingt om op een bepaalde manier te handelen. De Jeugdwet volgt een vergelijkbare benadering, waarin ouders in principe zelf verantwoordelijk zijn voor de opvoeding en zorg van hun kinderen, tenzij er sprake is van problematische situaties waarin de overheid moet ingrijpen.
Hoewel de onderliggende mensbeelden verschillen, gaan al deze wetten er vanuit dat mensen rationele keuzes maken. Toch hanteren ze een heel andere benadering. Waar de Wmo en Jeugdwet oog hebben voor de bredere omstandigheden waarin mensen zich bevinden en waar ‘goed gedrag’ hooguit gestimuleerd kan worden, kijkt de Participatiewet veel beperkter en richt deze zich uitsluitend op inkomen en werk. Dit leidt ertoe dat de overheid binnen de Participatiewet actiever stuurt op gewenst gedrag en daadwerkelijk sancties kan opleggen, terwijl binnen de Wmo en Jeugdwet alleen via de rechter kan worden ingegrepen.
Dit fundamentele verschil in aanpak zorgt in de praktijk voor tegenstrijdigheden en knelpunten in de uitvoering van beleid. Burgers die in aanraking komen met meerdere regelingen ervaren daardoor wisselende verwachtingen en verschillende niveaus van controle en ondersteuning. Dit kan niet alleen leiden tot verwarring, maar ook tot onbedoelde uitsluiting en wantrouwen richting de overheid.
Om effectief beleid te maken, moeten beleidsmakers de mensen kennen voor wie het beleid bedoeld is. Ervaringskennis is hierbij cruciaal:
Ofwel: maak beleid niet alleen over mensen, maar ook samen met de mensen over wie het gaat.
Zoals publicist Tim ‘S Jongers stelt: “Ervaringskennis is onmisbaar om de kloof tussen beleid en praktijk te dichten. Het beleid kan alleen effectief zijn als het wordt getoetst door de mensen voor wie het bedoeld is.”
Conclusie
Mensbeelden hebben een grote invloed op beleid, vaak zonder dat beleidsmakers zich hier bewust van zijn. Dit kan leiden tot onbedoelde uitsluiting en ineffectief beleid. Door ervaringsdeskundigheid structureel in te zetten, kunnen beleidsmakers mensbeelden toetsen en zorgen voor een beter aansluitend en rechtvaardiger beleid.
Meer weten?
Wilt u ontdekken hoe ervaringskennis uw gemeente verder kan brengen? Neem contact op met NCOD voor advies en ondersteuning.
Verder lezen?
1 Mensbeelden bij beleid. SCP, 2022
2 Paradigma’s in het Sociaal Domein. Argumentenfabriek, 2018
3 Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen. SZW, 2023
4 Weten is nog geen doen. WRR, 2017